Ouders spelen belangrijke rol in hoe kinderen verkeersveiligheid ervaren
Op maandag 2 september gaan weer honderdduizenden kinderen terug naar school. Om meer te weten over hoe jongeren naar het verkeer kijken, heeft Vias institute in 20 gestructureerde groepsgesprekken verspreid over 8 scholen in heel het land geanalyseerd hoe jongeren van het 5de en 6de leerjaar verkeersveiligheid ervaren.
In een nieuwe studie van Vias werd nagegaan hoe jongeren van het 5de en 6de leerjaar verkeersveiligheid beleefden. De rol van ouders valt hierin niet te onderschatten. Ze bepalen vaak mee welk vervoersmiddel gebruikt wordt. Het onveiligheidsgevoel van de schoolgaande jeugd wordt ook beïnvloed door het foutief gedrag dat ze vaststellen bij zowel andere (oudere) weggebruikers als hun ouders. Het gaat dan o.a. over het gebruik van de gsm.
Op maandag 2 september gaan weer honderdduizenden kinderen terug naar school. Om meer te weten over hoe jongeren naar het verkeer kijken, heeft Vias institute in 20 gestructureerde groepsgesprekken verspreid over 8 scholen in heel het land geanalyseerd hoe jongeren van het 5de en 6de leerjaar verkeersveiligheid ervaren.
Ouders kiezen graag voor auto, kinderen liever voor de fiets
Uit de gesprekken blijkt dat als kinderen zich verplaatsen met de auto naar school of naar de hobby’s, dat vaak komt door de keuzes van hun ouders. Ouders nemen de beslissing over het vervoermiddel uit praktische overwegingen of uit angst dat hun kind of andere weggebruikers de verkeersregels niet naleven. Ook bestaat de angst dat het kind betrokken raakt bij een ongeval vanwege het ontbreken van fietspaden/trottoirs. Het kind heeft weinig tot geen invloed op deze vervoerskeuze. Als kinderen volledige vrijheid zouden hebben in het kiezen van hun vervoermiddel, zou de auto niet per se hun voorkeur hebben.
De fiets is bijzonder geliefd bij kinderen, zowel voor vervoer als voor recreatie. Fietsen wordt vaak geassocieerd met een positief gevoel omdat "de wind door je haren voelt", "alleen kunt zijn" of zelfs "je hoofd leeg kunt maken". De fiets wordt vaker gebruikt door leerlingen van Nederlandstalige scholen om naar school te gaan of voor vrijetijdsactiviteiten. Het gebruik van de fiets is ook afhankelijk van het weer.
Gordel wordt voor korte afstanden vaker als ‘optioneel’ beschouwd
De kinderen die aan de studie deelnamen, beoordeelden verschillende gedragingen in het verkeer die bedoeld zijn om hen te beschermen. Zo geven ze aan dat ze soms de veiligheidsgordel niet gebruiken, vooral bij korte ritten. Naast het ongemak wordt de gordel door de kinderen ook als niet bijzonder nuttig beschouwd, wat natuurlijk niet juist is. Voor kinderen die ervoor kiezen de gordel te dragen, zijn de gevolgen van het niet dragen duidelijk. Wetenschappelijk onderzoek toonde immers aan dat als iemand achteraan het voertuig geen veiligheidsgordel draagt, die 50% meer risico loopt om bij een ongeval zwaar of dodelijk gewond te raken dan een persoon die wel vastgeklikt is, vooraan is dat risico nog groter.
Jongeren beseffen nut van het dragen van een fietshelm
Het nut van een fietshelm wordt door sommige kinderen dan weer betwist vanwege het ongemak, de onaantrekkelijkheid of de overtuiging dat het niet nodig is om hun hoofd te beschermen.
Voorstanders van het dragen van een helm zeiden dat het de bescherming van het hoofd vergroot, soms met concrete voorbeelden ("je krijgt een gebroken schedel"), wat getuigt van een duidelijk begrip van de voordelen van de helmdracht.
Als een jonge fietser zwaargewond geraakt (e.g. na een val), is dat in meer dan de helft van de gevallen aan het hoofd. Een helm vermindert de kans op een ernstig hoofdletsel met 60%. Vias is daarom voorstander van een verplichting van de fietshelm voor kinderen tot 14 jaar. In 12 Europese landen bestaat al een verplichte helmdracht voor kinderen tot een bepaalde leeftijdsgrens.
Kinderen ervaren foutief gedrag van andere weggebruikers
Kinderen identificeren drie gedragingen als potentieel gevaarlijk in termen van verkeersonveiligheid en ongevallen: snelheid, alcohol achter het stuur en afleiding achter het stuur zowel als voetganger en fietser.
Wanneer er over verkeersveiligheid wordt gesproken, zien kinderen snelheid als een factor die bijdraagt aan een onveiligheidsgevoel en potentiële ongevallen. Dit onveiligheidsgevoel ervaren ze vooral te voet of op de fiets. Kinderen zijn ook relatief kritisch ten opzichte van hun ouders.
Unaniem wordt alcohol achter het stuur gezien en beschreven als gevaarlijk gedrag dat leidt tot ongevallen, soms zeer ernstige, omdat bestuurders onder invloed "raar", "scheef" of als "zotten" rijden. Bovendien observeren kinderen, wanneer ze getuige zijn van ouders of volwassenen onder invloed, dat hun gedrag verandert.
Het gebruik van de telefoon kwam naar voren als de belangrijkste bron van afleiding voor automobilisten, inclusief bij hun ouders. Wanneer een automobilist tijdens het rijden op zijn telefoon zit, respecteert hij de regels niet, stopt hij niet op tijd, ziet hij de kinderen die willen oversteken niet, rijdt hij midden op de weg... Dit gedrag wordt vaak gemeld door de kinderen, waarbij ouders vaak de eersten zijn die het vertonen.
Naast afleiding achter het stuur zijn de kinderen zich ook goed bewust van het belang om niet afgeleid te zijn en aandachtig te zijn voor het verkeer als voetgangers of fietsers, waarbij afleiding wordt geïdentificeerd als het gebruik van de telefoon en/of het luisteren naar muziek met oortjes. De risico's verbonden aan dit gedrag zijn het niet "horen aankomen van gevaar" of "niet zien wat er om hen heen gebeurt".
Benieuwd naar meer resultaten? Download hier het volledige rapport.