Welke voorzorgsmaatregelen kan ik nemen om in herfst en winter een ongeval te voorkomen?
Wanneer koning winter in het land is, moet je extra voorzichtig zijn. Niet alleen de temperaturen zakken, maar ook sneeuw en ijzel durven ons dan te beurt vallen. Hoe kunnen we ons veilig met ons voertuig verplaatsen bij sneeuw of ijzel?
Enkele tips om je auto goed voor te bereiden op de winter.
- Trek 's nachts je ruitenwissers naar voren zodat ze niet vastvriezen aan de voorruit.
- Bedek 's avonds je voorruit met krantenpapier of thermisch deken om bevriezen te voorkomen.
- Voor je veiligheid is de ruitenwisservloeistof 's winters van groot belang, want de ruiten worden snel vuil door opspattend strooizout. Controleer regelmatig of je nog voldoende vloeistof hebt en voeg een antivriesmiddel toe.
- Vergeet ook niet om de batterij voor de winter te controleren, want deze functioneert slechter bij lage temperaturen.
- Check of de motorolie voldoende vloeibaar is: door kou wordt deze olie namelijk dikker.
- Strooizout tast het staal en de banden aan: was je auto daarom vaker (chassis, carrosserie en banden).
- Zorg ervoor dat er een ijskrabber en een spuitbus met ruitenontdooier in de auto liggen; handig als er sneeuw is gevallen of als de ruiten bevroren zijn.
- Een sleepkabel is soms onmisbaar om weg te kunnen komen.
- Voorzie je auto van een buitenthermometer zodat je beter beducht bent op de risico's van ijzel.
- Bewaar een slotontdooier thuis bij je autosleutels; je hebt er niets aan als de sloten vastgevroren zijn en de slotontdooier ligt in de auto terwijl deze op slot zit.
Voor je vertrekt
Om veilig te rijden, moet je allereerst zorgen dat je auto in goede staat is, en in dit geval gaat dat over de bescherming tegen rijp (ijsbloemen), koude en sneeuw.
Elke professionele bestuurder en rallyrijder zal het je vertellen: om op je gemak achter het stuur te zitten, moet je eerst en vooral in de auto een te dikke winterjas uittrekken! Met een dikke winterjas zal je het in de auto alleen maar te warm krijgen en bovendien zal je gehinderd worden in je bewegingen.
Pas meteen ook je rijpositie wat aan in de winter. Zo beperk je het risico op verlies van controle over je auto bij het manoeuvreren. Dichter bij het stuur en met een rechtere rug win je behoorlijk wat extra nauwkeurigheid bij het manoeuvreren.
Tips & tricks op sneeuw en ijzel*
- Vertrekken: vertrekken in de sneeuw doe je best langzaam om elk risico op slippertjes te vermijden. Je wielen moeten zo recht mogelijk staan, zodat de kans op schuivende wielen beperkt wordt.
Als je wielen toch beginnen te glijden, schakel dan een versnelling hoger (naar tweede in plaats van eerste versnelling). Op die manier verminder je de kracht die op de wielen wordt uitgeoefend en zal de auto minder slippen bij het vertrekken.
- Rij aan een matige snelheid zodra je op weg bent en hou ruim afstand van de auto voor je. Je moet niet alleen rekening houden met je eigen grenzen en beperkingen, maar ook met die van de andere weggebruikers.
Versnel beetje bij beetje, langzaamaan. Schakel bij het beklimmen van hellingen een versnelling hoger dan je op een droog wegdek (aan dezelfde snelheid) zou doen - zo beperk je het risico op slippen.
Bij het afdalen schakel je dan weer net een versnelling lager dan de versnelling die je normaal op een droog wegdek aan dezelfde snelheid zou gebruiken, om te vermijden dat je wielen blokkeren en de banden laten glijden. Remmen op de motor is doeltreffender dan het rempedaal te gebruiken.
- Om te stoppen: rem tijdig, zodra je het obstakel (scherpe bocht, file ...) ziet aankomen. Zo kan je de auto beetje bij beetje laten vertragen. Beoordeel de benodigde remafstand correct en rem eerst op de motor alvorens het rempedaal aan te raken.
- Voor bochten met een besneeuwd wegdek moet je vaart minderen zodra je de bocht nadert en remmen op een recht stuk weg voor je de bocht ingaat.
Rij langzaam en gelijkmatig in de bocht zelf, zodat je de controle niet verliest. Om de wagen onder controle te houden in een bocht moet je traag rijden.
Wanneer je auto met voorwielaandrijving begint te slippen, probeer dan de controle terug te krijgen door nog te vertragen. Laat onmiddellijk het gaspedaal los, ontkoppel (of zet je de automatische versnellingsbak in neutraal, zie ook verder) en trap indien nodig zeer lichtjes op het rempedaal, zonder echter de wielen te blokkeren.
Wanneer je auto met achterwielaandrijving begint te slippen, stuur dan tegen terwijl je zeer lichtjes versnelt om het evenwicht te herstellen. Rem in geen van beide gevallen: dat brengt de beweging van je auto nog meer uit evenwicht.
En met automatische versnellingsbak?
Stel je rijdt met een auto met automatische versnellingsbak en je wagen begint te slippen. Wat dan? Net als bij een wagen met manuele versnellingsbak, kan je het best ontkoppelen.
Dat doe je door de versnellingspook in neutraal te zetten. Daardoor wordt de aandrijving op de wielen tijdelijk onderbroken. Zodra je wielen weer grip hebben, zet je de versnellingspook weer in D (drive).
Het voelt wat minder natuurlijk aan dan ‘normaal’ ontkoppelen, maar het lukt je wel als je er even op oefent op veilig terrein.
* Bron: Touring.be